(english below)

Monstera deliciosa - Rebecca Nelemans 2015

 Sabina Timmermans (’s-Hertogenbosch, 1984) schildert vanuit een diepmenselijk verlangen naar natuur. Eerst de gecultiveerde natuur die ze miste toen ze - vanuit Haarsteeg waar ze opgroeide - in ’s-Hertogenbosch op kamers ging en de plantenkwekerij van haar vader achter zich liet. Later de wilde natuur die een grote indruk op haar maakte toen ze haar studie onderbrak voor een reis door Vietnam, Cambodja en Thailand. Haar schilderijen vol uitbundig groeiende planten als diverse Bromelia’s, ficussen, de Monstera deliciosa (gatenplant) en de witgestreepte cultivar van Chlorophytum comosum, roepen associaties op met het oerwoud dat ze in Azië zag. Maar als je goed naar de exotische schilderijen kijkt, wortelt die natuur bij Timmermans meestal in potten, net als de planten die regelmatig model staan op haar atelier.

Timmermans heeft een haast romantische hang naar de natuur, ze fotografeert planten op haar reizen en haar huis staat er vol mee. Als ieder ander kan ze genieten van een brok woeste natuur en wegdromen bij een verre einder. Maar tijdens een concrete confrontatie met diezelfde natuur, die ze aanging door in haar eentje een bergtocht in Noorwegen te maken, ontdekte ze dat ze vooral angst ervoer. Het prachtige landschap werd een onherbergzaam gebied waar ze gevaarlijke - en in de zomer onverwachte - ijsmassa’s moest trotseren (terwijl ze dat deed zag ze de sporen van een groep die vóór haar hetzelfde pad had genomen, inclusief de uitschuivers op de gletsjers). ‘s Nachts kon ze de slaap niet vatten door de geluiden rondom haar tent. Ze ervoer aan den lijve de ambivalentie van de verhouding tussen natuur en mens: Het landschap dat zich uitermate leende voor escapistische dagdromen, datzelfde landschap zat vol ongewenste ontberingen.

 Die desillusie gaf ze vorm in een serie berglandschappen. Timmermans ziet de berg als een mythisch gegeven: Als je een berg ziet is er onmiddellijk het verlangen die te beklimmen, je wil deel uitmaken van die schoonheid. Maar als je werkelijk naar boven gaat, loop je al snel ín die prachtige farden mist en wordt je vooral koud en nat. In haar schilderijen ontdoet ze de berg van de mythe en toont ze ook de achterkant van de berg, als een holle mal: De majestueuze berg ontkracht tot een decorstuk.

 De dualiteit die ze ervaart tegenover de natuur, het verlangen en de angst, het ‘heerlijke monster’, zoals de latijnse naam van de gatenplant al suggereert, probeert ze te vangen in een beeld. Want eenjungle is geen leefruimte voor de mens. We hebben nu eenmaal ordening nodig, beschutting, veiligheid. In haar schilderijen tast ze de grenzen af tussen cultuur en natuur, tussen binnen en buitenruimte, oerwoud en tuin, gevaarlijk en veilig. Mensen gaan schuil achter de grote bladeren van welig tierende planten, maar die planten zijn wel in potten gevangen. Ze speelt met de bedrieglijkheid van een prachtige brok natuur door onaffe stukken, of transparant geschilderde delen waardoor je als kijker door het beeld prikt. Niets is wat het lijkt, niet in het landschap maar ook niet in het schilderij. De kunstenaar voert een innerlijke strijd met het bedrog van de voorstelling: het schijnen en verdwijnen. Ze rommelt met de schilderkunstige diepte, met transparantie, met voor- en achtergrond. Abstracte verfstreken worden gordijnen, een plant voor het raam wordt het raam zelf. En in die bewuste vaagheden speelt de schilder een spel met tijd en vergankelijkheid.

 Uiteindelijk maakt ze ons als kijker deelgenoot van haar oerverlangen om op te gaan in het ongerepte en één te worden met onze natuur. Tegelijkertijd toont ze pijnlijk ontnuchterend de onmogelijkheid daarvan.

Monstera deliciosa – Rebecca Nelemans 2015

Sabina Timmermans ('s-Hertogenbosch, 1984) paints from a deeply human longing for nature. First for the cultivated nature she was missing when she – from Haarsteegwhere she grew up – moved out of the house to 's-Hertogenbosch, leaving behind the plant nursery of her father. Later for the wilderness that left an impression on her when she took a break from her studies to travel through Vietnam, Cambodia and Thailand. Her paintings full of exuberantly growing plants such as several Bromeliads, Ficus trees, the Monstera deliciosa (Swiss cheese plant) and the white striped cultivar Chlorophytum comosum, conjure up images of the jungle she saw in Asia. But if you look closely at the exotic paintings, Timmermans' nature mostly takes root in pots, just like the plants that regularly stand in her studio as models.

Timmermans has an almost romantic longing for nature, she photographs plants on her journeys and her house is filled with them. Like many, she enjoys a rugged piece of nature and dreams away at the sight of a far horizon. But during a concrete confrontation with that same nature during a solitary mountain tour in Norway, she discovered that she mainly experienced fear. The beautiful landscape became an inhospitable area where she had to defy dangerous – and during the summer unexpected – masses of ice (as she did this, she could see traces of a group that went before her on the same trail, including where they slipped on the glaciers). At night, she couldn't catch any sleep because of the noises surrounding her tent. She experienced first hand the ambivalent relation between nature and mankind: the landscape that very much lent itself to escapist daydreams, that very same landscape was full of unwanted hardships.

She gave form to this disillusion in a series of mountain landscapes. Timmermans sees the mountain as something mythical: when you see a mountain there is the immediate urge to climb it, you want to be part of that beauty. But once you actually go up there you'll quickly walk into those magnificent patches of fog and mainly get very cold and wet. In her paintings, she rids the mountain of its myth and shows the back of the mountain too, as a hollow mould. The majestic mountain debunked to a piece of décor.

The duality that she experiences in the face of nature, the longing and the fear, the 'delicious monster' as the Latin name of the Swiss cheese plant suggests, she tries to capture in one image. Because a jungle is no place for humans to live. We need a certain degree of order, shelter, safety. In her paintings she scans the borders between culture and nature, between indoor and outdoor, jungle and garden, danger and safety. People hide behind the large leaves of luxuriant plants, but those plants are confined to pots. She plays with deceptiveness of a beautiful piece of nature through unfinished or transparently painted parts, allowing the viewer to see through the image. Nothing is what it seems, not in the landscape but also not in the painting. The artist wages an internal battle with the deceit of the representation: to appear and disappear. She messes around with painterly depth, with transparency, with foreand background. Abstract brush strokes become curtains, a plant in front of the window becomes the window itself. And within these conscious ambiguities the painter plays a game with time and transience.

In the end she makes us, the viewer, a companion to her primal desire to merge into the pristine and become one with nature. At the same time, in a painfully sobering way, she shows the impossibility of doing so.

 

Rebecca Nelemans is art historian, writer and curator

Copyright © 2020 Sabina Timmermans. All rights reserved.